Navigatie overslaan
Versa Vrijwilligerscentrale Home
Account aanmakenLog in

Contact

  • Brink 29, 1251 KT Laren, Nederland
  • [email protected]

Versa Vrijwilligerscentrale

  • Voor organisaties
  • Hilversum
  • Gooise Meren
  • Weesp
  • BEL

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring

Powered by Deedmob tools

Post | november 2025 | Vrijwilligers Weesp aan het woord | 2 min lezen

Vrijwilligerswerk brengt 94-jarige Truus en Maaike samen: ‘Je maakt echt een verschil in iemands leven’

Door

WeesperNieuws

Maaike en Truus staan naast elkaar

Voor veel ouderen kan een dagelijkse boodschap, een bezoek aan de markt of gewoon een praatje een groot verschil maken. Voor de 94-jarige Truus uit Weesp is het contact met vrijwilliger Maaike een lichtpunt in haar week. Via Burennetwerk kwamen de twee met elkaar in contact, en sindsdien delen ze meer dan alleen een rondje door Weesp.

“Ik heb voor langere afstanden een rolstoel, maar ik kon daar helaas niemand bij kopen om mij mee te nemen”, grapt Truus. “En ineens belde Maaike op. Nu maken we om de week een rondje door Weesp en gaan we vaak naar de markt of het centrum. Ik ben daar echt heel blij mee.”


Waarom niet samen?

Maaike, vrijwilliger en moeder, zag een kans om iets te betekenen. “Toen onze jongste naar school ging, dacht ik: wat ga ik doen? Toen kwam de hulpvraag van Truus voorbij. Naast dat ik het echt gezellig vind om op die manier samen op pad te gaan, past het ook precies bij mijn dinsdagochtendroutine. Ik moet toch mijn boodschappen doen, waarom dan niet samen?”

De ontmoetingen zijn niet alleen praktisch; ze brengen ook verbinding en herinneringen. Truus: “Leuk om met iemand uit een jongere generatie op te trekken. We praten over van alles: dagelijkse dingen, vroeger maar ook over moeilijke tijden. Ze vervolgt: “Als we samen Weesp in trekken, of over de markt lopen, hoop ik eens iemand tegen te komen van vroeger. Maar ja, dat gebeurt eigenlijk nooit. Dat is op mijn leeftijd niet meer zo vanzelfsprekend. Nu kan ik eens wat vertellen, laten zien hoe dingen vroeger gingen. En Maaike vindt het leuk om daarnaar te luisteren.” Voor Maaike is de ervaring even waardevol. “Het voelt als een kleine moeite, maar je krijgt er zelf zo veel voor terug. Het is niet zwaar; het is vooral iets leuks waar we beide plezier aan hebben. Het is echt een toevoeging.” 


Oud speelgoed

Als Maaike’s zoon vakantie heeft op school gaat hij ook graag mee naar Truus. “Hij vindt het oude speelgoed dat ik van vroeger heb zo leuk”, vertelt de 94-jarige Weesper. “Zoals deze priktol”, ze staat op om de tol uit een lade uit de kast te pakken. De eerste keer verdwijnt de tol gelijk onder de kast, maar na de tweede keer opwinden blijft de tientallen jaren oude priktol een tijdje over de grond draaien. “Ik heb zelf ook kinderen en kleinkinderen, maar die zijn inmiddels allemaal volwassen en komen ook niet dagelijks langs. Dus ik vind het altijd erg gezellig en leuk als Maaike er is, vooral met haar kleine zoon erbij.”



Win-winsituatie

De band tussen beide is inmiddels hecht en vriendschappelijk. Truus: “Ik zou het zeker missen als het stopt. Het is een win-winsituatie. Er zijn meer mensen zoals ik in de buurt die ook graag mee zouden willen, het werkt aanstekelijk.”

Vrijwilligerswerk, zo blijkt, hoeft niet groots of ingewikkeld te zijn. Het kan simpelweg een wandeling zijn, een praatje, een gezamenlijke boodschap. En soms brengt het generaties bij elkaar op manieren die je niet had verwacht. Maaike sluit af: “Er is zoveel vrijwilligerswerk te doen in de regio, er is altijd wel iets dat past. En het mooiste: je merkt dat je echt een verschil maakt in iemands leven, terwijl je er zelf net zo veel voor terugkrijgt.”

Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

‘Met vrijwilligerswerk geef en krijg je een goed gevoel’

| Vrijwilligers Weesp aan het woord

Het maakt niet uit of je al ruim veertig jaar vrijwilligerswerk doet, zoals Adri Westland, of net een paar maanden, zoals Gea Wiegman. Vrijwilligerswerk geeft je een goed gevoel, daar zijn de twee dames het over eens. “Je moet wel iets kiezen dat bij je past. En het leuke is dat je er niet alleen zelf blij van wordt, maar je maakt ook andere mensen blij!” “Ik werkte vroeger als coupeuse,” vertelt Adri (76). “Toen ik ging trouwen moest ik stoppen met werken, zo ging dat vroeger. Maar naaien is altijd mijn hobby gebleven. Daarom ben ik vanuit Versa Welzijn als vrijwilliger naailessen gaan geven in de Wintertuin, aan vrouwen met een migratieachtergrond. Dat doe ik nu al meer dan veertig jaar,” vertelt ze stralend. En Adri doet nog meer. “Ik ben eens per maand vrijwilliger bij het repaircafé. En ik verzorg een paar keer per jaar een creatieve middag bij Philadelphia. Dat is een woongroep voor jongvolwassenen met een beperking,” legt ze uit. “Dan maken we elke keer iets moois, zoals herfstkransen, kerststukjes, doosjes met lovertjes, enzovoort. Ontzettend leuk is dat. Natuurlijk pas ik dat wel aan op wat ze aan kunnen. Zo gebruiken we geen lijmpistool meer, omdat iemand daar een keer zijn vingers aan heeft gebrand.” Omgaan met mensen “Jij doet toch ook vrijwilligerswerk met mensen met een verstandelijke beperking?” Adri kijkt naar Gea, die naast haar aan tafel zit. Die knikt. “Maar wel op een andere manier dan jij. Ik werk een dag per week bij Rataplan, de kringloopwinkel. Daar werken ook mensen met een verstandelijke beperking. Ontzettend leuk om daarmee samen te werken.” Gea (68) doet sinds augustus vrijwilligerswerk bij Rataplan. “Ik zag een advertentie in de krant staan en ik dacht: dat is echt iets voor mij. Ik heb altijd in de mode gewerkt, in winkels in Laren en Bussum. In een winkel staan en met mensen omgaan, zit echt in mijn bloed. Twintig jaar geleden raakte ik door een medische fout verlamd aan mijn benen. Toen ik solliciteerde bij Rataplan heb ik dat natuurlijk verteld en dat was geen probleem. Ik mag zitten achter de kassa. Maar dat doe ik meestal niet.” Ze glimlacht. “Als ik me met één vinger vasthoud, kan ik mijn evenwicht bewaren en kan ik staan. Dat is toch fijner.” ‘Het past bij me’ “Toen ik bij Rataplan begon wist ik niet wat me overkwam,” vertelt Gea verder. “Het is heel dankbaar werk. En ik vind het heerlijk om onder de mensen te zijn. Niet dat ik me thuis verveel hoor! Ik heb genoeg te doen.” Adri knikt instemmend. “Ik doe het vrijwilligerswerk ook niet uit verveling. Het is gewoon een hele leuke manier om iets te doen voor anderen en om verschillende mensen te ontmoeten.” Nu knikt Gea ook. De twee dames kenden elkaar tot vandaag niet, toch zitten ze gezellig samen te kletsen met een kopje thee. Ze blijken best wat overeenkomsten te hebben. Naast dat ze allebei mensen met een verstandelijke beperking tegenkomen bij hun vrijwilligerswerk, halen ze ook allebei heel veel plezier uit hun vrijwillige activiteiten. “Omdat ik al mijn hele leven naai, vind ik het leuk om die kennis aan anderen over te dragen,” legt Adri uit. “Dat is ook de bedoeling van de naailes: dat de mensen iets leren, maar ook dat ze hun huis uitkomen en anderen ontmoeten. En ik vind dat ook heel gezellig. De naailessen, maar ook de creatieve bijeenkomsten bij Philadelphia zorgen voor samenhorigheid en vreugde, dat geeft me een goed gevoel.” Zo ervaart Gea haar vrijwilligerswerk ook. “Ik werk elke maandagmiddag bij Rataplan en ik ga altijd met een goed gevoel naar huis. Ik vind het leuk werk en het past bij mij. Dat vind ik belangrijk, dat je vrijwilligerswerk doet dat bij je past. En dat zelfs ik – met een verlamming aan mijn benen – vrijwilligerswerk kan doen en iets kan betekenen voor anderen. Dat is toch mooi?” ‘Fijn om iets leuks te doen’ Gea en Adri hebben ook een verdrietige overeenkomst: ze zijn allebei weduwe; Gea sinds drie jaar en Adri sinds vijf maanden. “Toen mijn man overleed had ik steun aan mijn vrijwilligerswerk,” vertelt Adri. “Het is sowieso fijn om iets leuks te doen te hebben. En de bewoners van Philadelphia hadden zelfs van hun eigen centjes een plantje voor me gekocht, dat kwamen ze toen langsbrengen. Dat vond ik zo lief.”
Lees meer

Het verhaal van Casper Blok

| Vrijwilligers Weesp aan het woord

Vrijwillige inzet kent voor de 75 jarige Casper Blok geen geheimen. Al 25 jaar zet hij zich in als vrijwilliger. Hij startte hiermee toen hij nog werkte als maatschappelijk werker. Inmiddels is hij gepensioneerd en zet hij zich nog steeds graag in voor een ander. Wat hij zoal doet als vrijwilliger? “Een hele boel. Ik heb net iemand weggebracht naar Schiphol; ik zet mij vrijwillig in als chauffeur. Verder lees ik voor aan een Turks meisje dat de Nederlands taal moet leren. Ook bij de bibliotheek heb ik het nodige gedaan. Verder help ik mensen in de buurt met klusjes. Ik schilder bijvoorbeeld een muurtje of hang een schilderij op bij iemand thuis. Straks heb ik ook nog een afspraak, omdat ik mij ga inzetten als mentor voor mensen die ondersteuning nodig hebben.” Wat drijft iemand om zich al zo lang en zo vaak in te zetten als vrijwilliger? “Ik vind het belangrijk om mensen die het wat minder hebben te helpen. Door mij in te zetten als vrijwilliger kan ik een ander ondersteunen. Mensen vinden het fijn dat ik hen help.” Casper doet dus een heleboel, maar loopt er niet graag mee te koop. Hij vindt dat het vanzelfsprekend moet zijn om een ander te helpen. “Ik ga niet lopen pochen over hetgeen dat ik doe. Daar gaat het voor mij helemaal niet om. Ik doe het allemaal belangeloos.” Op de vraag of zijn inzet een ander helpt te groeien, antwoordt hij bescheiden: “ligt eraan wat ik voor iemand doe. Ik heb wel een mooie ervaring gehad bij Ketikoti. Daar raakte ik in gesprek met een mevrouw. Dat was een heel mooi en open gesprek. Ze zei dat ze mij dingen vertelde waar ze niet vaak over kon spreken. Dat voelde voor haar heel open en bevrijdend. Andersom was het voor mij ook mooi om op die manier de verbinding aan te gaan met een ander. Dat doet mij goed.” Casper vindt het belangrijk om alleen dingen te doen die echt iets betekenen voor een ander. “Nu ik wat ouder ben doe ik als vrijwilliger alleen dingen die ik echt leuk vind en waarbij ik echt iets kan betekenen voor een ander. Ik vind het fijn als ik mensen na een klus met een goed gevoel kan achterlaten.” Wil je ook iets kunnen betekenen voor een ander? Kijk dan op de vacaturebank van de Versa Vrijwilligerscentrale voor leuke vrijwilligersklussen bij jou in de buurt. Dit artikel maakt deel uit van de campagne 'Alles dat je aandacht geeft groeit'. Klik hier als je meer wil weten over deze campagne .
Lees meer

‘Vrijwilligerswerk helpt mensen groeien, ook onszelf’

| Vrijwilligers Weesp aan het woord

Ton Denkers-Gadella (82) en Carlita Bron-van Kanten (79) zijn de drijvende krachten achter de Taalgroep voor Vrouwen, waar anderstalige vrouwen uit Weesp samenkomen om Nederlands te oefenen. “We hebben plezier en leren van elkaar. Het is zowel voor de vrouwen van de Taalgroep als voor onszelf een verrijking,” zeggen Ton en Carlita eensgezind. Met allebei een grote glimlach om hun mond en een stapel schriftjes in hun handen lopen Ton en Carlita heen en weer door de achterste zaal van Versa Welzijn aan het Van Houten Industriepark. Ze bereiden al kletsend de Taalgroep van deze week voor. Dat ze dat veel vaker hebben gedaan blijkt uit de vanzelfsprekendheid van hun bewegingen: de een hangt een landkaart op, de ander schuift wat met stoelen, om vervolgens samen de schriften, pennen en bordenwissers klaar te leggen. Kinderen moesten vertalen “Ik ben al sinds 2012 bij de Taalgroep betrokken,” vertelt Carlita. Ze groeide op in Suriname en werkte jarenlang als fysiotherapeut. “Tijdens mijn werk zag ik hoe belangrijk taal is. Ik had een oefengroep voor anderstalige vrouwen. Daar merkte ik dat taal een belemmerende factor kan zijn bij een behandeling. Soms zeggen mensen dat ze je begrijpen, maar dan is dat niet zo. Dat zorgt voor miscommunicatie en strubbelingen. Ik merkte ook dat vrouwen vaak hun kinderen meenamen naar de fysiotherapie, zodat die konden vertalen. Die vrouwen waren dus echt afhankelijk. Dat was voor mij een extra stimulans om me in te zetten voor de Taalgroep voor vrouwen.” Taal kan deuren openen Ton heeft een achtergrond in de pedagogiek en werkte onder andere bij de brandweer en de gemeente Weesp. “Taal is de sleutel tot verbinding, dat leerde ik al vroeg. Het kan deuren openen, maar ook obstakels vormen.” Dat laatste merkte ze tijdens haar tijd bij de brandweer. “Als iemand een brandend huis in gaat, dan moet die met de andere brandweerlieden kunnen communiceren. Er staan levens op het spel. Als er een taalbarrière is, dan is het niet veilig om in zo’n situatie samen te werken.” Ze vertelt dat ze uit een ‘maatschappelijk geëngageerd nest’ komt. “Ik deed op mijn zeventiende al vrijwilligerswerk. Sinds ongeveer acht jaar ben ik bij de Taalgroep betrokken.” Rekken en strekken “De Taalgroep voor Vrouwen is een veilige plek waar anderstalige vrouwen elke donderdagmiddag samenkomen om Nederlands te praten en te oefenen,” legt Ton uit. “We richten ons niet alleen op grammatica of schrijven, het gaat juist om het toepassen. Dus hoe vraag je iets in de supermarkt of hoe leg je iets uit aan de leerkracht van je kind?” Een bijeenkomst begint meestal met een kringgesprek. “We vragen of iemand iets heeft meegemaakt waarover ze wil vertellen,” vertelt Carlita. “En we bespreken het nieuws of dingen die spelen. Daarna is er tijd voor opdrachten en spelletjes. Halverwege doen we altijd rek- en strekoefeningen. Dat is natuurlijk bedoeld om even te bewegen. Maar zo leren we ook begrippen als ‘voor’, ‘naast’ en ‘achter’ op een speelse manier. Zo van: ga naast je stoel staan, en voor je stoel, dat soort opdrachtjes. En als we het rekken en strekken per ongeluk een keer vergeten, dan vragen ze er zelf naar,” lacht ze. Respect en vrijheid De groep is divers, met vrouwen van verschillende achtergronden en niveaus. “Sommigen zijn hoogopgeleid en willen Nederlands leren om te werken, anderen zijn nooit naar school geweest,” vertelt Ton. “Iedereen accepteert en respecteert elkaar, dat is geweldig om te zien. We hebben de afspraak dat alles wat we bespreken bij de Taalgroep onder ons blijft. Die vrijheid moeten de vrouwen voelen. En dat is best ingewikkeld, want we hebben verschillende religies in de groep zitten. Maar er wordt naar elkaar geluisterd en de vrouwen stellen ook vragen aan elkaar. Ze oordelen niet. En we kunnen het echt over alles hebben.” ‘We praten ook over gezondheid’ De bijeenkomsten zijn niet alleen leerzaam, maar ook gezellig. “Vaak nemen de vrouwen iets lekkers mee om te delen,” vertelt Carlita. “Dat zijn vaak recepten uit hun cultuur, iets waar ze trots op zijn. En daar krijgen ze van de andere vrouwen dan weer waardering voor, zo mooi is dat.” Ze vult aan dat er bij de Taalgroep ook aandacht wordt besteed aan het onderwerp ‘gezondheid’. “Zo hebben we gesproken over diabetes en gezond eten. Een van onze vrouwen gebruikt door die gesprekken nu minder suiker bij het koken. En een aantal vrouwen heeft samen een wandelgroepje gevormd. Ze bewegen nu veel meer.” De gepensioneerde fysiotherapeut straalt van trots. Wij leren net zoveel van hen als zij van ons Op de vraag wat dit vrijwilligerswerk zo leuk maakt, antwoordt Carlita meteen: “De energie van de groep. Iedere bijeenkomst is anders, en het is geweldig om te zien hoe de vrouwen groeien in hun zelfvertrouwen. Daarbij weet ik dat ik zinvol bezig ben, ik beteken iets voor deze vrouwen. En zij betekenen iets voor mij. Want het omgaan met verschillende mensen, culturen en denkwijzen is voor mezelf echt een verrijking. Ik zou eigenlijk willen dat dit veel meer gebeurt over de hele wereld, want zo leer je elkaar begrijpen en haal je vooroordelen weg.” Ton knikt instemmend. “Ik vind het ontzettend leuk en leerzaam om met mensen uit verschillende landen en met verschillende godsdiensten in gesprek te gaan. Wij leren net zoveel van hen als zij van ons. En als je dan ziet dat er iets groeit in zo’n groep, dat de vrouwen het leuk hebben met elkaar en zich veilig voelen, dat is natuurlijk het allermooiste.” Vrijwilligerswerk draait niet alleen om geven “Het zou fantastisch zijn als meer mensen zich als vrijwilliger aansluiten bij de Taalgroep voor Vrouwen. Jongeren bijvoorbeeld, want wij worden ook een dagje ouder.” Carlita maakt aanhalingstekens bij het woord ‘dagje’ en Ton en zij schieten in de lach. “Dus uiteindelijk hebben we mensen nodig die het stokje kunnen overnemen.” Ton verduidelijkt: “De Taalgroep voor Vrouwen is elke donderdag van 14.30 uur tot 16.30 uur. Behalve in de schoolvakanties. En als iemand geïnteresseerd is als vrijwilliger maar niet elke week kan, dan kunnen we daar natuurlijk rekening mee houden. En mocht je nog twijfelen: vrijwilligerswerk draait niet alleen om geven. Je krijgt er heel veel voor terug.”
Lees meer